de balans van braem
provincie Antwerpen

Monumentenzorg

De jaren vijftig kennen een economische heropleving waardoor zowel de industrie als de steden sterk kunnen groeien. Het is niet altijd evident het behoud van historische gebouwen te koppelen aan nieuwe noden. In de jaren zestig groeit het besef dat het slopen van oude stadsdelen om ze te vervangen door louter functionele architectuur geen leefbaardere stad zal opleveren. Dit inzicht resulteert in het vurig verdedigen van historische wijken en mondt uit in een groeiend besef over de betekenis hiervan voor het sociale weefsel. Sociologen, filosofen, geografen en vooral stedenbouwkundigen maken van stad en stedenbouw een geliefkoosd onderzoeksgebied. Op korte tijd neemt de professionalisering van de monumentenzorgers sterk toe.
De afbraak van de Vleeshuiswijk en het indienen van een beschermingsvoorstel rond de Cogels-Osylei zijn belangrijke kantelpunten. Tegen het midden van de jaren zeventig gaat de overheid strenger toekijken op het verantwoord omgaan met historisch waardevol erfgoed. Wetten worden op punt gezet en de stad Antwerpen krijgt een landelijke primeur met het eerste schepenambt voor stedenbouw en ruimtelijke ordening. 1975 krijgt de titel 'Europees jaar van het bouwkundig erfgoed'. Dit initiatief krijgt een jaar later gevolg in een decreet tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten. Het betekent de grote doorbraak van de monumentenzorg in Vlaanderen en is vandaag nog steeds in voege.

Fragment. Een Hollander ontdekt Vlaanderen : deel 3 (11 oktober 1971) (© VRT-Beeldarchief)




3 beelden
vergroot foto's
Lode De Barsée. Kuipersstraat in Antwerpen (z.j.)
Lode De Barsée. Kuipersstraat in Antwerpen (z.j.)Lode De Barsée. Kuipersstraat in Antwerpen (z.j.)Lode De Barsée. Lange Schipperskapelstraat-Noorwegenpoort in Antwerpen (z.j.)