de balans van braem
provincie Antwerpen

Art Nouveau, bondgenoot in bevrijding

Braem heeft in zijn geschriften een voortdurende en intensieve relatie onderhouden met de plaatselijke architectuurgeschiedenis van de 19de en 20ste eeuw. Zijn verkenningen in dat landschap getuigen van een persoonlijke smaak en een grote opmerkingsgave. Hij schreef vrijuit, ongebonden door een wetenschappelijke methodiek of door vormelijke geplogenheden. Die vrijheid ging ver. Steevast diende het onderwerp van een tekst ook als klankbord voor Braems ideologische en culturele discours. Al schrijvend speurde Braem naar aanknopingspunten en argumenten voor zijn eigen artistieke zoektocht. En hij vond die ook, al moest hij het onderwerp van zijn teksten vaak creatief en verregaand interpreteren. Bewegingen en architecten waarin Braem iets van zijn eigen streven in meende te herkennen, drong hij wel eens ongevraagd bedoelingen en idealen op. In één moeite door verloor een bepaalde stijl zijn historische context, een gebouw zijn ontstaansgeschiedenis. Vanuit die deconstructie bouwde Braem telkens weer zijn herkenbare betoog uit. Die werkwijze kenmerkt het essay dat hij in 1969 over art nouveau publiceerde als mededeling van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. Voor Braem betekent de art nouveau een weldadige breuk met een doodse architectuurpraktijk. De nieuwe stijl vindt inspiratie in de organische vormen in de natuur en streeft constructieve eerlijkheid na. Bovendien ademt de art nouveau een geest van protest tegen de bourgeois-maatschappij. Braems bewondering is zo groot, dat hij de mantel der liefde bovenhaalt voor de protagonisten van de stroming. Grootmoedig geeft hij toe dat ze gaandeweg zelf behoorden tot diezelfde bourgeoisie en dat ze werkten voor ‘progressief ingestelde kapitalisten’. Bovenal hanteerde hij zijn visie op de art nouveau om de eigentijdse architectuur tot kritische bezinning en heroriëntering aan te sporen. Aandacht voor vernieuwende stijlrichtingen kon daarbij inspiratie opleveren, al ontspoorde de verwoording van die goede raad grondig: ‘Het ideaal dat ons richten kan in onze arbeid is dus niet de geometrie en de rekensom, maar de biologie en de ekologie, - de filosofie en de religie. Onze droom is bemeubeld met welriekende bloemen, onze nachtmerries zijn bevolkt met giftige kristallen. Helaas worden er meer blokkendozen gebouwd dan liefde uitstralende bloesems.’ Uiteindelijk raakte dit betoog over art nouveau niet verder dan een oproep tot een ideologisch geïnspireerde hernieuwing van de architectuur ten dienste van de bevrijding van de mens. Hoe stellig en enthousiast Braems pleidooi ook klinkt, het mist inhoudelijke draagkracht. Inzicht op basis van onderzoek, argumenten, documentatie over art nouveau zijn er niet in te vinden. Bekaert schreef in 1970 een droge maar gevatte kritiek op Braems tekst.

De betekenis van Braem voor de art nouveau ligt elders. Braem was vanuit zijn eigen activiteiten als artistiek bevlogen architect, docent en schrijver overtuigd van de intrinsieke waarde van de art nouveau, en hij beleed die overtuiging onvoorwaardelijk en roekeloos enthousiast. Daarbij wees hij weliswaar op de groeiende belangstelling voor deze stijl, maar Braem keek ook verder, naar artistieke en ideologisch georiënteerde aanknopingspunten. Zijn stormachtige discours overwoekerde het onderwerp zelf, maar toch heeft het de heroplevende waardering voor art nouveau in België ondersteund. Daaraan was Braems gewicht als spraakmakend architect en zijn positie in het Belgische cultuurlandschap zeker niet vreemd. Tot in de jaren 1960 bleef een veralgemeende waardering voor deze stijl in België nochtans uit, hoewel gevierde coryfeeën Victor Horta, Henry Van de Velde en Paul Hankar internationale aandacht kregen. Een gelijkaardige situatie tekende zich voor Antwerpen af, waar de vroege erkenning van Van Averbeke en Bascourt afstak tegen de vergeetput waarin Jacques De Weerdt, Jules Hofman, Frans Smet-Verhas en vele anderen waren versukkeld. In 1963 publiceerde Braem een overzichtsartikel over de Antwerpse art nouveau een aan België gewijd nummer van het Nederlandse tijdschrift Bouwkundig Weekblad. De keuze van de illustraties is relevant voor de onbevangen blik waarmee Braem zijn onderwerp overschouwde, niet gehinderd door architectuurhistorische canons. Vanzelfsprekend komen Van Averbeke en Bascourt ruim aan bod, maar ook belangrijk werk van anderen, zoals het liberaal volkshuis Help U Zelve van Jan Van Asperen en Van Averbeke, en de woning De Zonnebloem van Jules Hofman. Opmerkelijk is de aanwezigheid van werk waarvan Braem de ontwerpers niet kende, maar dat hij toch als kwalitatief hoogstaand beschouwde, zoals een dubbelwoning met atelier van schilder-decorateur Henri Verbuecken en een pakhuis van Van der Gucht. Even relevant is in dat verband de illustratie van een gebouw dat Braem toeschreef aan Van Averbeke, maar ontworpen is door Daniël Rosseels en Joan Coninck Westenberg. Dezelfde foto’s gebruikte hij opnieuw in zijn essay van 1969. Braems presentatie van de Antwerpse art nouveau als een fenomeen dat zowel qua verspreiding en niveau verder reikte dan enkele gekende coryfeeën, betekende een reële bijdrage voor de appreciatie ervan in culturele kringen. Wezenlijke architectuurhistorische kennis over het onderwerp bieden zijn publicaties weliswaar niet.

Braems strijd voor het behoud van de Cogels-Osylei, met als meest gekende wapenfeit zijn artikel in Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen, heeft een gelijkaardige verdienste. Ook daarin wees hij in woord en beeld op het architectuurhistorische belang van een samenhangend geheel, terwijl hij tegelijk de aandacht richtte op individuele gebouwen van architecten als Bascourt, Hofman, De Weerdt en anderen. Pas een decennium later vond het eerste systematische onderzoek plaats, met name het pionierswerk van Bernard Vanhove. Een gepubliceerd overzicht op basis van grondig onderzoek ontbreekt nog, al heeft de Antwerpse art nouveau beslist aan aandacht en waardering gewonnen. En daar heeft Braem als pionier beslist het zijne toe bijgedragen.




literatuur

Bekaert, G., ‘Braem en de art nouveau’, Kunst- en Cultuuragenda (4 maart 1970) 6.
Braem, R., De Art Nouveau en wij. Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. Klasse der Schone Kunsten 31, 1 (Brussel 1969).
Braem, R., ‘De Cogels-Osylei’, Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen afl. 5 (1971).
Braem, R., ‘De libre esthétique te Antwerpen’, Bouwkundig Weekblad (1963) 477-183.
Grieten, S., ‘Bevlogen van vernieuwing. Art nouveau in stad en provincie Antwerpen’ in: D. Laureys ed., Bouwen in beeld. De collectie van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen (Antwerpen en Turnhout 2004) 53-83.
Vanhove, B., De art nouveau-architektuur in het Antwerpse: een doorsnede (licentiaatsverhandeling U.Gent, Gent 1978).
Vanhove, B., ‘“De Vijf werelddeelen” van F. Smet-Verhas en de Art Nouveau’, Bulletin van de Antwerpse Vereniging voor Bodem- en Grotonderzoek (1985) 21-47.





Braem stelt

Waar schuilt dan de les van de Art Nouveau? Juist, dunkt mij, in de - overigens niet steeds gelukte - poging om, door het opzwepen van de gevoelszijde in het architekturale scheppen - tot in de diepe elementen door te dringen, welke aan het gebouw die menselijke gevoelsgeladenheid geven welke door het dorre Academisme verloren was geraakt en door het nieuwe machinistische akademisme dreigt te loor te gaan. In de geestelijke dronkenschap waardoor men aan de ijzeren konventies en de fatsoenlijkheid kon ontsnappen, putte men de moed om gebouwen te projekteren die a.h.w. met één groot gebaar hun geestelijke inhoud moesten uitschreeuwen. "Opnieuw menselijk zijn!" werd opnieuw een richtende leuze.


quote uit
R. Braem, De Art Nouveau en wij. Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. Klasse der Schone Kunsten 31, 1 (Brussel 1969) 6.

20 beelden
vergroot foto's
Ontwerptekening van Emile Van Averbeke voor zitbanken in een muzieksalon, 1897.
Ontwerptekening van Emile Van Averbeke voor zitbanken in een muzieksalon, 1897.Het Nederlandse tijdschrift <em>Bouwkundig weekblad</em> wijdde in 1963 een themanummer aan Belgische architectuur. Braem nam de gelegenheid te baat om de art nouveau architectuur in Antwerpen te presenteren.Het pakhuis van Alfons van der Gucht op de Waalse kaai, afgebroken in de jaren 1960. Foto G. d\'Haen. Ex. Antwerpen, privé-collectie.In 1893-1894 decoreerde Henri Verbuecken het vogelpaviljoen van de dierentuin, meteen een prelude op de art nouveau in Antwerpen. Illustratie in L\'Emulation 21 (1896). Het in België toonaangevende tijdschrift <em>L\'Emulation</em> wijdde in 1904 veel aandacht aan het nieuwe gebouwencomplex van de Antwerpse dierentuin. De ingangspaviljoenen van de Antwerpse dierentuin, afgebeeld in <em>L\'Emulation</em> (1904).Het kantoorgebouw Marsily aan de Tavernier- en Sint-Aldegondiskaai (verdwenen), in 1897 gebouwd door Emile Thielens met medewerking van Emile Van AverbekeHet liberaal volkshuis Help U Zelve in de Volksstraat, ontworpen door Jan Van Asperen in samenwerking met Emile Van Averbeke. Het gebouw gold van meet af aan als een hoogtepunt in de art nouveau architectuur in Antwerpen en kreeg al vroeg aandacht in gespecialiseerde publicaties, zoals het tijdschrift <em>L\'Emulation</em> (1904).Gelijkvloerse verdieping en plans van het liberaal volkshuis Help U Zelve in de Volksstraat, afgebeeld in het tijdschrift <em>L\'Emulation</em> (1904). Het volkshuis Help U Zelve was tot ongeveer 1965 in gebruik door Bell Telephone. Foto G. d\'Haen.Ontwerp van Van Averbeke voor een mozaiek van het liberaal volkshuis Help U Zelve.Ontwerp van Van Averbeke voor een trappenhuis, gepubliceerd in R. Beauclair en M.J. Gradl, <em>Documents d\'architecture moderne II</em> (Parijs, z.j.). Jan Van Asperen ontwierp in 1907 de brandweerkazerne in de Paleisstraat in samenwerking met Emile Van Averbeke.De Antwerpse art nouveau werd ook gekleurd door architecten van buitenaf, zoals Paul Hankar, die in 1900 de winkelpui voor de chocolaterie Senez ontwierp (verdwenen), als filiaal van de winkel in Brussel. Foto in Wilhelm Rehme, <em>Ausgeführte moderne Bautischler-Arbeiten</em>. Architektur der neuen freien Schule - Ergänzungsband I, (Leipzig z.j.).Winkelpui van Chemiserie Niguet in de Huidevettersstraat (verdwenen), ontworpen door architect Paul Hankar. Foto in Wilhelm Rehme, <em>Ausgeführte moderne Bautischler-Arbeiten</em>. Architektur der neuen freien Schule - Ergänzungsband I, (Leipzig z.j.).Jos Bascourt, één van de pioniers van de art nouveau in Antwerpen, heeft tal van ontwerpen gerealiseerd in de nieuwe wijk Zurenborg. Voordeur van één van de hoekhuizen De Vier Seizoenen (1899), een  hoogtepunt uit zijn oeuvre. Foto in Ch. Schmid (ed.), <em>Menuiserie et charpente modernes. Choix de documents recueillis en France et à l\'étranger</em> (Parijs z.j.). Jules Hofman, één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de art nouveau in Antwerpen, ontwierp zijn beste werk in de wijk Zurenborg. Trappenhuis van <em>De Tulp</em> in de Cogels-Osylei. Foto in Ch. Schmid (ed.), <em>Menuiserie et charpente modernes. Choix de documents recueillis en France et à l\'étranger</em> (Parijs z.j.).Een opmerkelijke verschijning in Braems publicaties over de Antwerpse art nouveau is de dubbelwoning met atelier in de Van Diepenbeeckstraat, ontworpen door Henri Verbuecken. Foto uit <em>Bouwkundig Weekblad</em> (1963).Erich Grüner maakte deze litho van het gebouwencomplex in de Van Diepenbeeckstraat kort na de voltooiing. Ex. Antwerpen, privé-collectie.De Antwerpse kunstenaarsvereniging De Scalden organiseerde tentoonstellingen en publiceerde grafisch verzorgde jaarboeken met bijdragen van zijn leden. Tal van art nouveau architecten waren lid, zoals Van Averbeke, Van Asperen, Hofman, Jan Jacobs, Flor Vaes en August Cols.