de balans van braem
provincie Antwerpen

Emile Van Averbeke, bewonderd en verdedigd

De Antwerpse art nouveau bekleedt een belangrijke plaats in het geschreven oeuvre van Braem. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij meermaals aandacht heeft besteed aan Emile Van Averbeke (1876-1946), de meest prominente vertegenwoordiger van die stroming in Antwerpen. Van Averbeke bouwde een bijzonder succesvolle carrière uit, eerst als privé-architect en vervolgens als stadsarchitect. Zijn persoonlijke idioom, toegepast op een brede waaier van typologieën, getuigt van een creatieve verwerking van art nouveau en later art deco, waarbij referenties aan buitenlandse tendensen opvallend aanwezig zijn. Van Averbekes carrière vertoont niet alleen een volgehouden kwaliteit die het plaatselijke niveau overstijgt, maar ging van bij het begin ook gepaard met een gunstige weerklank in binnen- en buitenlandse vaktijdschriften. Hij groeide dan ook uit tot een iconische figuur van de Antwerpse art nouveau. Eén en ander bracht met zich mee, dat zijn oeuvre goed gekend en bestudeerd is, in tegenstelling tot de Antwerpse art nouveau zelf en het merendeel van haar vertegenwoordigers. De andere uitzondering op deze regel is Joseph Bascourt, wiens oeuvre eveneens een vroege en constant volgehouden aandacht genoot in publicaties.

Braems zoektocht in het landschap van de art nouveau naar impulsen en inspiratie voor een vernieuwende architectuur bracht hem bijgevolg niet onverwacht op het spoor van Van Averbeke en Bascourt. Meer nog dan Bascourt vormt Van Averbeke een leidraad doorheen Braems teksten over art nouveau en architectuurgeschiedenis in het algemeen. In een overzichtsartikel uit 1948 over de Antwerpse architectuurpraktijk in de 19de en 20ste eeuw is hij al present. In 1963 wijdde Braem een artikel aan de art nouveau in Antwerpen, met opnieuw veel aandacht voor Van Averbeke. In de brochure De Art Nouveau en wij uit 1969 klonk zijn oordeel als volgt: 'Ons inziens is de man die de zuiverste principes vertegenwoordigt, en dit met het meeste talent, de stadsbouwmeester E. Van Averbeke. Zijn werk evolueert van een fantazievolle vertolking van de Art Nouveau-geest, langs een steeds grotere beheersing der vormen, naar opvattingen welke sterk de soberheid van de Nederlandse architekten Berlage, Kropholler, e.d. benaderen.'. Het latere werk beschouwde Braem als minder kwaliteitsvol: 'Ook in het werk van Van Averbeke hakt de oorlog 1914-1918 een kloof. Zijn latere scheppingen tonen geen kontinuïteit noch in vernieuwende kracht, noch in vormentaal. Dit wordt o.a. bewezen door de eigen woningen, opvolgendlijk door Van Averbeke gebouwd. Overigens is het kenmerkend dat deze zeer kreatief ingestelde bouwmeester zich in zijn late jaren helemaal door de rekonstruktie van het Rubenshuis heeft laten opslorpen.'

Niettemin beschouwde Braem Van Averbeke als een kwaliteitslabel voor de hoogtepunten van Antwerpse art nouveau. Daarbij werd hij ongetwijfeld geleid door de reputatie die Van Averbeke al geruime tijd genoot. Braems omgang met de art nouveau was in eerste instantie gericht op herkenning van vruchtbare en vernieuwende evoluties, van ontwerpen die getuigden van artistiek talent, van bouwwerken die de status van belangrijk cultureel erfgoed verdienden en bijgevolg een onwrikbare bescherming verdienden. Onderzoek, analyse en kritische reflexie maakten geen deel uit van die omgang. Het is dan ook niet te verwonderen dat Braems teksten over art nouveau en over Van Averbeke weinig praktische informatie bevatten en ontsierd worden door markante vergissingen en onvolledigheden. Zo rekende hij een industrieel complex in de Lange Leemstraat tot de beste realisaties van Van Averbeke, terwijl het ontworpen werd door Daniël Rosseels en Joan Coninck Westenberg. De brandweerkazerne in de Paleisstraat is dan weer van Jan Van Asperen. Deze en andere uitschuivers illustreren de status die Van Averbeke genoot in Braems visie en tegelijk releveren ze onrechtstreeks de kwaliteit van de genoemde ontwerpen. Zijn artikels over art nouveau en specifiek over Van Averbeke hebben inderdaad de verdienste een selectie van gebouwen met onbetwistbaar grote kwaliteiten te presenteren.

Enthousiaste waardering ging bij Braem steevast hand in hand met vurige verdediging. Bedreigde monumenten en sites die hijzelf beschouwde als cultuurbepalend, konden op zijn niet aflatende steun rekenen, in woord en daad. Voor het geheel van drie huizen in de Mercatorstraat had Braem al in 1969 een beschermingsvoorstel ingediend. Dit bouwwerk van Van Averbeke en Willem Diehl uit 1901 gold van meet af aan als een meesterwerk. Zo figureerde het al in 1902 in het toonaangevende Duitse tijdschrift Moderne Bauformen en in 1912 in een aan Van Averbeke gewijd artikel in De Bouwgids. Toen de huizen in september 1972 met afbraak bedreigd werden, bepleitte hij opnieuw de hoogdringende bescherming, daarin gevolgd door zowel de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) als de Procinciale Commissie voor Monumenten en Landschappen (PCML). De tegenkanting in dit dossier was echter opmerkelijk groot. De eigenaars organiseerden een breed offensief om de huizen te kunnen slopen en er appartementen te bouwen. Daarbij schakelden ze zelfs architecten met naam in zoals Jul De Roover, nota bene Braems eigen schoonbroer. Het dossier kende dan ook een aantal etappes, waarbij de plaatselijke overheden een ongunstig advies indienden. De verantwoording daarbij is interessant. Bij het stadsbestuur heette het in een brief van 2 augustus 1974 aan het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur: 'de constructies vormen geen "tijdsdocument", daar er nog tientallen scheppingen van architect Van Averbeke bestaan'. Het provinciebestuur bracht op 27 februari 1973 een ongunstig advies uit over het beschermingsvoorstel, met als argument dat de bezwaren van de protesterende eigenaars gegrond waren. Bovendien achtte men het voldoende dat er al één gebouw als vertegenwoordiger van de art nouveau in Antwerpen beschermd werd, met name het volkshuis Help U Zelve in de Volksstraat. Dergelijke overwegingen waren niet uitzonderlijk in discussies en beslissingen rond omgang met erfgoed en landschap, integendeel. Ze illustreren een tijdsbeeld waarin noties rond duurzaam behoud, restauratie en ontsluiting slechts uiterst moeizaam een positie verwierven in het maatschappelijk debat en in de besluitvorming. Voor jong erfgoed zonder historisch patina waren de obstakels nog veel groter. Pioniers zoals Braem zagen de waarde van dit miskende erfgoed in en zetten zich ook actief in voor het behoud ervan. Mede dankzij hun inspanningen werd de bescherming van het complex in de Mercatorstraat een feit op 6 oktober 1975. Heden wordt het algemeen erkend als één van de hoogtepunten uit het oeuvre van Emile Van Averbeke én van de art nouveau in Antwerpen.





Braem stelt

Zijn betekenis ligt er m.i. in dat hij vanuit een door groot talent geschraagde Art Nouveau, langs een logisch gefundeerde uitzuivering, allengs tot de schepping ener architektuur is gekomen die nog steeds volledig verantwoord mag heten.


quote uit

R. Braem, 'Over Emile Van Averbeke (1876-1946)', A+ afl. 4 (1973) 6.



14 beelden
vergroot foto's
In 1933 al verscheen een monografie gewijd aan de realisaties van Van Averbeke als stadsarchitect.
In 1933 al verscheen een monografie gewijd aan de realisaties van Van Averbeke als stadsarchitect. Ontwerp van Van Averbeke voor een kleine villa, gepubliceerd in R. Beauclair en M.J. Gradl, <em>Documents d\'architecture moderne</em> II (Parijs, z.j.). Ontwerp van Van Averbeke voor een trappenhuis, gepubliceerd in R. Beauclair en M.J. Gradl, <em>Documents d\'architecture moderne</em> II (Parijs, z.j.).Ontwerp van Van Averbeke voor een trappenhuis, gepubliceerd in R. Beauclair en M.J. Gradl, <em>Documents d\'architecture moderne</em> II (Parijs, z.j.).Ontwerptekening van Emile Van Averbeke voor zitbanken in een muzieksalon, 1897.Ontwerp van Van Averbeke voor een salon: gezicht op de dubbele deurOntwerp van Van Averbeke voor een salon: gezicht op de open haard.Omlijsting van Van Averbeke voor een bladzijde in het derde jaarboek van de Antwerpse kunstenaarsvereniging De Scalden, 1900.Vignet van Van Averbeke voor het derde jaarboek van de Antwerpse kunstenaarsvereniging De Scalden, 1900. Cover van A+ (december 1973-januari 1974) met de huizen van Van Averbeke in de Mercatorstraat.De huizen van Van Averbeke in de Mercatorstraat, afgebeeld in <em>De Bouwgids</em> (1912).De huizen van Van Averbeke in de Mercatorstraat in de jaren 1960. Foto G. d\'Haen.Trappaal en overloop in één van de huizen in de Mercatorstraat. Tekening van Willem Aerts in zijn thesis Emiel Van Averbeke 1876-1946 stadsbouwmeester. Zijn bijdrage tot de moderne bouwkunst in Antwerpen  (licentiaatsverhandeling U.Gent, Gent 1978). Trappaal in één van de huizen in de Mercatorstraat. Tekening van Willem Aerts in zijn thesis Emiel Van Averbeke 1876-1946 stadsbouwmeester. Zijn bijdrage tot de moderne bouwkunst in Antwerpen  (licentiaatsverhandeling U.Gent, Gent 1978).