de balans van braem
provincie Antwerpen

Sociale huisvesting

Sociale woningbouw heeft doorheen haar lange geschiedenis verschillende woontypes gekend, gaande van werkmanswoningen over tuinwijken tot hoogbouw. Ze heeft tot doel de mensen met een beperkt inkomen huurder of eigenaar van een volwaardige huisvesting te maken. Dit gedachtegoed is sinds 1919 geïnstitutionaliseerd in de vorm van de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken en is eigenlijk een bundeling van verschillende regionale initiatieven. In 1956 wordt de NMGWW omgedoopt tot de Nationale Huisvestingsmaatschappij (NHM) en in 1990 geregionaliseerd in lokaal - regionale maatschappijen bestuurd van hogerop. In 1935 ziet een zusterinstelling - de Nationale Maatschappij voor de Kleine Landeigendommen (NMKL) - het licht. De NMKL richt zich vooral op het platteland.

 

Braem is ervan overtuigd dat de kern van de sociale huisvestingsproblematiek voornamelijk een economische factor is. Zolang mensen een loon ontvangen op basis van hun prestaties en niet op basis van hun behoeften, zal het inkomen de bepalende factor zijn voor de woonkwaliteit. Hij berekent dat een bouwheer of huurder maximaal een zesde van zijn inkomen kan besteden aan huisvesting. Omgekeerd kan een architect op basis van een dergelijk beperkt budget geen degelijke huisvesting voorzien die voldoet aan de hedendaagse normen. Conclusie: zonder loonsstijgingen kan niet iedereen over een aanvaardbaar architecturaal levensminimum beschikken.

 

Los van het economische gegeven hebben architecten steeds de verplichting de investeringen van de bouwheer maximaal te laten renderen. Binnen dit kader is hoogbouw, met zijn verregaande rationaliserings- en optimalisatiedrang, een ideaal woontype om een groot aantal mensen een kwaliteitsvolle huisvesting te verzekeren. Alleen laat de doorsnee gebruiker zich niet zo makkelijk van de voordelen overtuigen...

Mimosa

In opdracht van de samenwerkende maatschappij Onze woning ontwerpt Joseph-Louis Stynen (1907-1991) vanaf 1950 een wooncomplex voor ouderen van dagen. Op een gematigd modernistische manier groepeert hij 64 wooneenheden en een conciërgewoning rond een binnentuin. Tot de faciliteiten behoren een individuele living, een volledig uitgeruste keuken en een slaapkamer met lavabo, bidet en ingebouwde kasten. De gemeenschappelijke voorzieningen bestaan uit een clublokaal, leeszaal en sanitaire installatie. Voorzieningen voor warm water en verwarming zijn eveneens gemeenschappelijk.




Audio

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player


Fragment. Openbaar Kunstbezit – Braem Renaat – Over de sociale huisvestingspolitiek (5 april 1980) (© VRT-Beeldarchief)



literatuur

BRAEM, R., Het schoonste land ter wereld, Leuven, 1987.
Frankignoulle, P., 'Sociale woningbouw' in: Repertorium van de architectuur in België van 1830 tot heden (Antwerpen 2003) 456-463.





Braem stelt

Het wonen is een der bijzonderste artikelen uit het levensminimum, dat iedere fatsoenlijke maatschappelijke organisatie aan alle leden der gemeenschap moet kunnen waarborgen.
(...)
Of onze hoop ook gevestigd is, met de betrachting, zo eindelijk tot de grootscheepse stedebouwkundige operaties te kunnen overgaan, die de stad van morgen tot de stad van de bevrijde mens zullen maken, toch zal het woning-vraagstuk nog een lang een vraagstuk blijven waarin de ekonomische faktor doorslaggevend zal zijn.
Zolang immers het merendeel der mensen hun aandeel in de totale produktie zullen ontvangen in de vorm van loon, evenredig met hun prestaties, en niet aan hun behoeften, zal het dit loon zijn dat de aan te schaffen woonwaarde zal bepalen.
(...)
Vergeten wij in dit verband niet dat zohaast de door ons voorgestelde norm door de medewerkers aanvaard is, de strijd er om a.h.w. reeds beslecht is. De theorie wordt werkelijkheid van zohaast zij de grote massa bezielt! In een woord, het zijn niet de prijzen der nieuwe woningen welke te hoog zijn, het zijn de lonen welke te laag zijn!
De plicht van de architekt gaat echter verder! Hij moet voor het geïnvesteerde geld het maximum woonwaarde leveren.
Hij moet, zich steunend op rationeel konsept en strukturele logica de degelijkste waar geven voor de minste prijs, of, in een minder kapitalistisch klinkende terminologie, hij moet, met de minste aanwending van kracht en stof, het maximum nuttige resultaat nastreven! Ongetwijfeld bestaat er geen absolute waardemeter van ratio en logiek, en zelfs geen absolute criteria voor goedkope konstruktie! Steeds komen vele faktoren een heldere waardebepaling in de war sturen. Er valt dus te kiezen.


quote uit
R. Braem, 'Voor goedkopere goedkope woningen', Bouwen en wonen (oktober 1956) 446-448.

1/4

vorigevolgende
9 beelden
vergroot foto's
Cover. Wij bouwen 3000 woningen (z.j.)
Cover. Wij bouwen 3000 woningen (z.j.)Anoniem. Sociale huisvesting, Schooldreef in Kalmthout (1952)Paul Neefs en Eugène Wauters. Huisvestingsproject, de Willaert in Kasterlee (Tielen) (1964)Paul Neefs. Huisvestingsproject, Veldstraat in Beerse (1971)Lou Jansen. Sociale woningen, Dokter Govaertsplantsoen, Baarle-Hertog (1972)Joseph-Louis Stynen. Mimosa, complex met 64 woningen voor bejaarden, Zaanstraat in Antwerpen (wijk Kiel) (1950)Joseph-Louis Stynen. Mimosa, complex met 64 woningen voor bejaarden, Zaanstraat in Antwerpen (wijk Kiel) (1950)Joseph-Louis Stynen. Mimosa, complex met 64 woningen voor bejaarden, Zaanstraat in Antwerpen (wijk Kiel) (1950)Joseph-Louis Stynen. Mimosa, complex met 64 woningen voor bejaarden, Zaanstraat in Antwerpen (wijk Kiel) (1950)